WILLEM: Goedemorgen, kun je me helpen met het schrijven van een samenvatting van ons hockeyseizoen?
CHATGPT: Uiteraard kan ik je helpen. Kun je me vertellen waar je speelt, wat je doelgroep is en voor wie je het wilt schrijven? En wat wil je de lezers meegeven?
WILLEM: Ik speel in Were Di Heren 2, dat uitkomt in de Reserve Hoofdklasse. Ik wil het schrijven voor alle betrokkenen binnen en rond onze prachtige vereniging, maar ook voor hockeyliefhebbers of voor mensen die houden van verhalen over dromen. Ik wil de lezer een heel persoonlijke beleving meegeven van een lange carrière bij één vereniging en één team, en van de kracht van plezier, fanatisme en focus.
CHATGPT: Sorry Willem, dit zul je toch echt zelf moeten doen.
WILLEM: Jammer.
22 juni 2026 ‘The day after’
Dit is mijn negende seizoen in Heren 2 in de Reserve Hoofdklasse. Na zestien jaar in Were Di Heren 1 was ik, samen met enkele andere mannen, gestopt en naar Heren 2 gegaan. Destijds speelden we nog onder in de Reserve Hoofdklasse, met, met alle respect, een team met wat minder talent dan de gemiddelde tegenstander. Dat leverde veel frustratie op: we waren fanatiek, soms misschien té fanatiek, en verloren vaak. Maar elk jaar waren we toch trots dat we niet degradeerden en uiteindelijk zelfs richting de middenmoot klommen. En dit allemaal onder leiding van onze captain Ties de Bont.
Elk jaar kwamen er spelers bij die stopten bij Were Di H1 of terugkeerden naar Brabant na een periode van studie of werk in de Randstad. En elk jaar zetten we weer een stapje omhoog. Langzaam maar zeker werden we een structurele (sub)topper. Toch bleef er ook altijd wat frustratie. Ondanks dat de kwaliteit van de spelersgroep steeds verder toenam, eindigden we telkens wel ergens in de top vijf, maar nooit als kampioen.
Feitje: in 2002 kwam ik bij H1 in beeld toen wij onverwachts kampioen werden met Were Di H1 en voor het eerst promoveerden naar de toenmalige Overgangsklasse. Daarna ben ik 24 jaar lang niet meer gedegradeerd of gepromoveerd en heb ik al die tijd alleen maar voor Were Di gespeeld.
Twee jaar geleden besloten we, na wat magere jaren qua opkomst op trainingen en zondagen, dat het tijd was om gas te geven. Met het thema RTC (Road To Championship) hebben we:
- de selectie verbreed (niet in kilo’s);
- de selectie enigszins verjongd met jongens uit de regio (Shot) Mick, Jelle en Pieter;
- en ‘echt’ verjongd met oa jonkie Seb de Jong (zoon van oud h1 speler Bart de Jong);
- en weer een stukje ouder geworden met de transfer van Maikel Brekelmans van h3 naar h2
- twee spelers verantwoordelijk gemaakt voor de trainingen;
- simpelweg een tandje bijgeschakeld in fanatisme;
- een puntensysteem bedacht voor de donderdagavondcup, waarbij je punten kreeg voor de eindpartij, maar ook voor aanwezigheid.
In het seizoen 2024/2025 zagen we daar voor het eerst echt de resultaten van. Met een voorsprong gingen we als nummer 1 de winter in. Toch bleek één zondag uiteindelijk cruciaal: de uitwedstrijd tegen het toenmalige nummer laatst, MEP, viel samen met de intocht van Sinterklaas. Die dag verloren we, en juist die punten kwamen we aan het einde van het seizoen tekort om kampioen te worden. Wél stonden we er ineens: op een plek waarbij we tot de laatste zondag kans hielden op het kampioenschap.
Gelukkig hebben we een paar wijze heren in het team (oa Pim K), en zo ontstond het motto:
Het is geen sprint, maar een marathon.
Vol goede moed gingen we verder en startten we aan het seizoen 2025/2026. Met een hoge opkomst, een brede selectie om wintersport, feestjes, vaderschappen, blessures en festivals op te vangen, en bovenal met één duidelijk doel: eindelijk die eerste plek pakken en kampioen van Zuid-Nederland worden. Na al die jaren was dat toch, in ieder geval voor mij, een jongensdroom, als je dat zo mag noemen als je 41 bent 😉
Het seizoen verliep soepel. In zowel de competitie als de oefenwedstrijden leken we bijna onverslaanbaar. Na de winter begonnen we afstand te nemen van vrijwel elke concurrent, al bleef Breda ook maar winnen. Elke week wonnen wij, bekeken we daarna de uitslagen en hoopten we dat Breda ergens punten zou laten liggen. Tot 7 juni 2026, toen Breda met 4-4 gelijkspeelde tegen Push H2 (bedankt mannen van Push). Een overwinning later die dag tegen Oranje-Rood H2 zou genoeg zijn om onze RTC eindelijk te voltooien.
Zonder enige twijfel werd Oranje-Rood op eigen veld afgedroogd (7-2) en waren we eindelijk kampioen van Zuid-Nederland. Extra mooi was dat het niet meer aankwam op de laatste zondag, uit tegen Breda. Een hele goede tegenstander, maar wel eentje waar de vonken altijd vanaf spatten als we tegen elkaar spelen.
Het mooie van dit kampioenschap is dat je een week na de competitie nog een toetje krijgt: het Nederlands kampioenschap, waar je samen met de kampioenen van Noord, Oost en West mag strijden om de landstitel voor reserveteams. Dit jaar was hockeyclub Hattem het strijdtoneel. In een poule met Nijmegen, GCHC en Amsterdam mochten we strijden om plek 1 of 2, goed voor een finaleplaats en dus een kans op de gouden plak.
De omstandigheden waren pittig: vier wedstrijden van 2 x 15 minuten en temperaturen die tegen de 30 graden liepen. Na een vloeiende start tegen GCHC uit Groningen kregen we hun publiek al snel stil. Binnen acht minuten stonden we 2-0 voor en uiteindelijk speelden we de wedstrijd gecontroleerd uit: 3-0 winst.
Daarna moesten we tegen Amsterdam. De absolute topfavoriet, die al jaren kampioen wordt en beschikt over een team met veel voormalig internationals, zoals Marco Pruijser, Constantijn Jonker, Seve van Ass en Teun Rohof. Ondanks dat we een aardig niveau haalden, werd het na een 1-1 tussenstand uiteindelijk 3-1 voor Amsterdam.
De laatste poulewedstrijd tegen Nijmegen moesten we minimaal gelijkspelen om de finale te bereiken. Ook in die wedstrijd vlogen we uit de startblokken. We kwamen snel 2-0 voor en kregen kansen op meer. In de tweede helft probeerden we iets rustiger te spelen en energie te sparen voor de finale, maar toen Nijmegen de 2-1 maakte, ging bij hen alles of niets. In de laatste minuut scoorden zij nog uit een strafbal, maar gelukkig kwam onze plek in de finale niet meer echt in gevaar.
Wat een moment: gewoon een finaleplaats, met ineens de kans om kampioen van Nederland te worden. Tegelijkertijd waren we ook behoorlijk gesloopt, gaar gespeeld, gekookt door de zon, en bovendien wat jongens kwijtgeraakt door blessures en pijntjes. Toch gingen we vol goede moed de finale in, om nog één keer alles eruit te persen en te kijken of we de topfavoriet enigszins lastig konden maken.
De eerste tien minuten konden we nog aardig mee, maar nog voor rust kwam Amsterdam verdiend op een 1-0 voorsprong. Het plan was om die marge zo lang mogelijk klein te houden, zodat we in de slotfase misschien nog een eindsprint uit de vermoeide lichamen konden persen. Maar toen Amsterdam direct na rust ook de 2-0 maakte, daalde eigenlijk het besef in dat we dit team niet zouden verslaan. Vanaf dat moment konden we eigenlijk nog maar één ding doen: genieten van het feit dat we met deze mannen in een Nederlandse finale op het veld stonden.
Met opgeheven hoofd verlieten we het veld en proostten we op een prachtig seizoen en een geweldige dag. Een medaille om de nek, een koud biertje in de hand, nog even feesten met onze vrienden van GCHC, en daarna de lange weg terug naar Tilburg.
Wat een seizoen. Wat een beleving. Wat een prachtige Road To Championship.
Nu lekker de zomer in, en dan maar eens goed nadenken over wat we volgend jaar gaan bedenken als vervolg op dit unieke seizoen.
Groet
Willem Woudenberg (nr 16)


